Buckfast

De Buckfastbij of Buckfast is een kruising van verschillende ondersoorten van de Europese honingbij (Apis mellifera), sommige imkers noemen deze bij dan ook wel met een wetenschappelijke naam: Apis mellifera familiaris. Waar bij andere van nature ontstane ondersoorten ook altijd naar het uiterlijk wordt gekeken, kleuren van het pantser, vleugelindex, tonglengte, beharing, etc, is dat bij de Buckfast achter wegen gelaten. De Buckfast is ontstaan op Buckfast Abbey in Engeland, Verenigd Koninkrijk.

Aan de basis van deze bij stond Broeder Adam (1898-1996). Geboren als Karl Kerhle in het zuiden van Duitsland aan Biberach an der Riß. Voor de ontwikkeling van de Buckfastbij vielen 3 dingen tegelijk op zijn plek: 1. wetten van Mendel die rond 1900 werden herontdek, 2. de ziekte van de tracheeënmijt in Engeland (1913), ook wel Isle of Wight ziekte genoemd en 3. de geschriften van de Duitse L. Ambruster[1]. Op Buckfast Abbey waar Broeder Adam op dat moment leefde stierven in 1913 bijna alle bijen, enkel de kruisingen tussen de bruine Ligustica x Zwarte bijen en de Carnica’s overleefden. Ook over heel Engeland was het een enorme slacht voor de inheemse bijen. Doordat enkel de kruisigen overleefde zette dit Broeder Adam het idee aan voor de Buckfast bij.

Broeder Adam heeft vele reizen gemaakt om te kijken naar de beste bijen voor in de Buckfastbij. Hieronder een lijst met verschillenden rassen die hij heeft gebruikt[2]:

  • Zwarte bij (Apis mellifera mellifera)
  • Ligustica/Italiaanse bij (A. m. ligustica)
  • Griekse bij (A. m. cecropia)
  • Anatolische bij (A. m. Anatolica)
  • Egyptische bij (A. m. lamarckii)
  • Cypria (A. m. cypria)
  • Monticola (A. m. monticola)

 

Hieronder een lijstje met verschillende eigenschappen die belangrijk zijn voor de Buckfast bij:

  • Zachtaardig
    • Buckfast bijen staan erom bekend enorm zachtaardig te zijn, werken zonder pas in t-shirt en korte broek is mogelijk
  • Raatvast
    • De bijen zijn zeer rustig op de raat, ze laten de toplatten vrij en bij het openen van de kast zullen er geen bijen opvliegen, ook zullen ze niet onderaan de raat gaan hangen.
  • Honingopbrengst
    • Buckfast bijen kunnen zeer veel honing verzamelen, echter blijkt uit onderzoek van onder andere Liebig tussen de Buckfast en Carnica, vooral de standplaats van belang is en niet het ras. Buckfast en Carnica score daar beide zeer goed op.
  • Zwermtraagheid
    • Buckfastbijen zijn enorm zwermtraag, er zijn lijnen waar je na 1 keer doppen breken en een broedkamer erbij geven al stoppen met het maken van doppen.
  • Volksgrote
    • De Buckfast vormt enorm grote volken foto’s van imkers die ze op 4 broedbakken simplex hebben staan is geen uitzondering. Ook gaat de Buckfastbij gewoon door met bouwen en broeden als het slecht weer is.
  • Propolisgebruik
    • De Buckfast verzameld weinig propolis, daar wordt op geselecteerd omdat veel imkers dit vervelend vinden aan hun handen.
  • Ziekte resistentie en varroa
    • Hier wordt veel op geselecteerd tegenwoordig en was ook een van de belangrijkste eigenschappen van Broeder Adam. Juist omdat de Buckfast vele ondersoorten in zich heeft zitten, zal ze hier snel goed op scoren. Waar bij andere rassen enkel binnen het ras gewerkt kan worden, kun je bij Buckfast een ander ras erin kruisen die wel een gemiste eigenschap heeft.

Dit zal ik nog gaan aanvullen, maar tot die tijd kun je over de Buckfast op een van de volgende websites informatie vinden:

 

 


Bronnen

[1] library.wur.nl/ojs/index.php/bijenhouden/article/view/12058/11561
[2] http://perso.fundp.ac.be/~jvandyck/homage/biognl.htmlhttps://buckfastimker.wordpress.com/buckfast/gebruikte-bijenrassen/