Verleden en heden van de Texelse Zwarte bij

Foto: Jolijn van Goch

Sinds 2017 werk ik samen met De Duurzame Bij met de Texelse Zwarte bij en met Zwartebij.org met de Belgische Zwarte bij. Deze pagina gaat over de geschiedenis en het heden van de Texelse Zwarte bij.

Op Texel is sinds 1983 een import verbod van bijen naar Texel. Dit omdat varroa dat jaar arriveerde in Nederland. Texel zou een refugium worden om volken te kweken die naar het vaste land werden geëxporteerd mochten daar grote verliezen van bijenvolken plaatsvinden door de varroamijt. Dit bleek achteraf niet nodig en in 1996 werd op Texel de varroa alsnog ontdekt, oorzaak onbekend. Uit toenmalig onderzoek bleek dat de Texelse Zwarte bij zeer dicht bij de Zwarte bij staat[1][2], ook uit later onderzoek kwam dit naar voren[3]. Uit onderzoek naar het mitochondriaal DNA waarbij darren werden onderzocht bleek de Texelse bij zeer zuiver[4] met een enkele uitschieter, wat er mogelijk uit geteeld kan worden. Recent DNA onderzoek aan de Bangor University in Wales heeft aangetoond dat de Texelse Zwarte bij raszuiver is.[5] Er zijn 3 volken onderzocht waarvan 10 werksters per volk. 2 volken zijn raszuiver voor 100% en 1 volk had een lichte mate van hybridisatie van zo’n 3%.

In de jaren 1960 en ’70 is er naar Texel tijdelijk Ligustica geïmporteerd voor de oogst van heidehoning. Na deze oogst gingen de volken weer naar het vaste land. Een enkele imker had Ligustica volken geïmporteerd naar Texel, ik weet niet hoeveel volken. Nu nog komen er soms gele ringen in de werksters voor op het eiland. Ik sprak een imker van Texel en hij vertelde mij dat ze in de jaren 1990 juist blij waren als ze gele ringen zagen, deze volken waren rustiger. Mogelijk is hier op geselecteerd, bewust al dan niet onbewust. Men wist toen helaas nog niet dat ze met een Zwarte bij werkte. Nu wil men juist van die gele ringen af. Toch is de Texelse bij 95+% raszuiver voor Mellifera. Door de minimale historische hybridisatie is de vleugelindex verschoven wat dus een onbetrouwbaar beeld geeft over de zuiverheid*.

Op Texel zijn rond de 16 imkers. Maar enkele imkers behandelen hun bijen tegen varroa en zelfs die imkers behandelen enkel als het nodig is, mij werd gezegd dat het om 1 of 2 imkers gaat die behandelen. Veel imkers hebben sinds de komst van varroa nog nooit behandeld. De eerste 3 jaar veroorzaakte dat veel sterfte wanneer de populatie weer opbouwde en stabiel werd. Samen hebben de imkers 150-200 volken en er leven nog 40 volken in het wild. Die 40 volken zijn bijna een kwart van de populatie is(!) De wilde/verwilderde volken leven in bomen, schoorstenen en er is zelfs een volk dat al 40 jaar in een kerktoren leeft. Uit onderzoek van Romée van der Zee is gebleken dat de wintersterfte op Texel tussen de 1-9% bedraagt. Vanwege deze reden is De Duurzame Bij gaan werken met de Texelse Zwarte bij, omdat ze goed kan overleeven met varroa en omdat ze goed is aangepast aan het Nederlandse klimaat. De Duurzame Bij selecteert op een langzame mijtenontwikkeling in het voorjaar met een goede uitruimende, zachtaardigheid en raszuiverheid; waaronder vleugelindex en pantserkleur. Ze gebruiken daarvoor Neeltje Jans (Zeeland) als bevruchtingseiland.

Klik hier voor mijn vleugelmetingen van de koninginnen van 2018.

 

 


*De vleugelindex is niet betrouwbaar om raszuiverheid te bepalen. Zo houden de Zwitserse imkers met Zwarte bijen geen waarde aan de vleugelindexen en deze klopt ook niet altijd voor Zwarte bij, toch worden deze geclassificeerd als Mellifera bij DNA onderzoek. In Oostenrijk is er een populatie Zwarte bijen waarvan het uiterlijk en de vleugels binnen Mellifera liggen, maar DNA onderzoek toont aan dat deze volken voor 80% Carnica zijn en dus géén Mellifera. Daarom staat de vleugelindex ter discussie en is DNA onderzoek beter, maar helaas nog te duur. Vandaar dat de vleugelindex een indicatie is en geen bepaling voor raszuiverheid. Toch vind ik het persoonlijk belangrijk dat de vleugels van de Texelse Zwarte bij in de toekomst wel binnen Mellifera ligt. Een van de eigenschappen is dat de Zwarte bij de enige Europese ondersoort is waarvan de discoïdaalverschuiving negatief is. Als we de vleugelindex binnen Mellifera krijgen kunnen we ook bij een landbevruchtingsstation zien met hoeveel raszuivere darren een koningin van een darrenvolk heeft gepaard. Bij 50 vleugels waarvan er 10 niet binnen mellifera ligt heeft de koningin voor 20% met vreemde darren gepaard.
De cubitaalindex ligt tussen de 1,3-2,1 met een gemiddelde van 1,7 in Zweden houden e echter 1,0-1,9 aan.
De discoïdaalverschiuving is altijd negatief.
De hantelindex wordt niet meer als betrouwbaar gezien, maar moet tussen 0,700-0,923 liggen.

Persoonlijk denk ik dat we voor de cubitaalindex moeten kijken tot 2,1, 1,9 lijkt me iets wat wel klopt in Scandinavië, maar niet daarbuiten. Zo ligt de discoïdaalverschiuving van de Zwarte bijen rond de Alpen tegen 0 aan, veel metingen laten -0,1 of net iets meer zien, terwijl in de lage landen -5 voor kan komen. De vleugelindex is dus niet overal hetzelfde.


Bronnen

[1] https://www.bijenraadsel.nl/pdf/onderzoek-raszuiverheidTB.pdf – vleugelonderzoek – 1996
[2] https://library.wur.nl/ojs/index.php/bijenhouden/article/view/15486/14963 – vleugelonderzoek – 1996
[3] https://www.bijenhouders.nl/files/pdf/Vleugelmetingen%20en%20zo.pdf – vleugelonderzoek – 2009
[4] https://www.bijenraadsel.nl/pdf/TEXEL_Pinto_Studie.pdf – mitochondriaal DNA onderzoek Zwarte bij – 2014
[5] Het betrof hierbij nuclear DNA, wat betrouwbaarder is aangezien mitochondriaal DNA enkel via de vrouwelijke lijn loopt, een van oorsrpong Ligustica volk zal als het via de vrouwelijke lijn verloopt nog 100% Ligustica zijn, terwijl het nuclear gezien 100% Mellifera kan zijn.